In deze rubriek beschrijft een KBO-lid zijn of haar hobby en geeft vervolgens de pen door.
Dit keer Geert Rombouts, die zijn passies beschrijft.

Mijn werk is altijd mijn hobby geweest

Ik ben altijd zelfstandig bezig geweest in de V.O.F. die ik in 1970 met mijn vader in het Trapjeshuis ben begonnen.
Van lieverlee kwamen verscheidene van mijn broers ook in het bedrijf.
Wij restaureerden en handelden in antieke meubelen. We maakten ook nieuwe meubelen meestal van oud eikenhout.

Tot 2014, midden in de laatste crisis, zijn we gestopt met ons bedrijf. De gemeente Veldhoven verkocht het Trapjeshuis en een jaar later verkochten wij ons bedrijfspand de oude “Duc George Sigarenfabriek”.

Met mijn vrouw Coby, waarmee ik sinds 1975 getrouwd ben, kon ik gaan genieten van veel vrije tijd en dingen gaan doen, die ik graag doe. Maar ja, als je stopt met werken in je eigen bedrijf loop je wel “een deuk” op. Mensen met wie je omgang had en de vaste klanten zie je niet meer. Omdat nu ook de handel voorbij was – dat zorgde voor verrassende vondsten – kwam ik toe aan datgene waar ik eerder nooit aan toekwam. Dat maakte het leuk en spannend!

Lezen en dan vooral die boeken die vroeger op de Index zouden staan. De laatste 30-40 jaar verschijnen er veel boeken en studies van vooraanstaande wetenschappers die op een populairwetenschappelijke wijze publiceren over religie of het vroegere Christendom, het Jodendom, de Islam en andere religies, geschiedenis, kunst en cultuur en de verbanden daartussen.

Iets wat in de tijd van pastoor de Bont en van Welie onbestaanbaar was geweest. Dat alles heeft mijn grote belangstelling.

Ik heb al eerder een treinabonnement en een museumjaarkaart aangeschaft waarmee ik er regelmatig op uit trek. Door de grotere musea worden zulke mooie thematentoonstellingen gemaakt, die ik graag bezoek. Verder verdiep ik me – zonder pretenties – in antropologie, geologie, en filosofie. Ook volg ik graag de interessante lezingen en cursussen die de Vrije Academie van Amsterdam organiseert. Alleen is daar het laatste anderhalf jaar weinig of niets van terecht gekomen.

In mijn kinderjaren volgde ik het voorbeeld van vader. Hij was een goede turner. Ik, en ook mijn broers gingen sporten bij Gym-en Turnvereniging “Voorwaarts” tot ik 14/15 jaar was. Onze pa stimuleerde dat!!

Vanaf de zomer 1963 heb ik nog 4 jaar in de zomer aan zweefvliegen gedaan op Vliegbasis Welschap. Op zaterdag- en zondagochtend in alle vroegte (zonsopkomst!) stond ik aan de poort van het vliegveld. Als je vroeg was stond je bovenaan op de startlijst en had je de meeste vluchten, tot de zon onderging, lange vermoeiende dagen. Het is wel een van de mooiste dingen, die je kunt doen. Je voelt je letterlijk zo vrij als een vogeltje in de lucht. Net als skiën, heb ik ook nog een jaar of vijf gedaan, samen met Coby, was ook heerlijk om te doen. Beiden verleden tijd, er kwamen kindertjes.

Op mijn 17/18 de jaar kwam ik in aanraking met het Judo, dat ik tot mijn 44ste jaar heb gedaan. Eerst bij Hein Essink in Stratum en later bij Shizen Hontai in Veldhoven waar ik les kreeg van Toon Verblackt. Ik zal 43/44 jaar zijn geweest toen ik mijn schouder uit de kom viel en binnen een jaar nog twee keer, dan weet je….einde judo.

Ik stortte me op het werk. Helaas moest ik te vaak de fysiotherapeut bezoeken vanwege rug-en schouderklachten. Hij zette me aan het sporten, maar wat? Het werd fitness, wat ik nu nog steeds doe, krachtsport en Cardio.

Omdat Coby al veel wandelde met GVAC en KBO ben ik dat ook gaan doen. Coby heeft wel veel meer ervaring dan ik. Zij liep de Vierdaagse van Nijmegen en Arnhem en lange dagmarsen. Die aspiraties heb ik niet.

Ik ben nooit zo’n wandelaar geweest. Ook mijn diëtiste stimuleerde mij om te gaan wandelen. Ik vond mezelf te zwaar worden en mijn conditie liet te wensen over. Twintig jaar niet aan sport gedaan, dat wreekt zich. Ik ben erachter gekomen dat in beweging blijven erg belangrijk is. Daarom heb ik me aangesloten bij KBO-wandelen. Ik vind het heerlijk om in de buitenlucht een ochtend per week op pad te zijn met gelijkgestemden.

Het is verrassend regelmatig ergens te komen waar ik nog nooit geweest ben, terwijl ik dacht dat ik de streek waar ik geboren en getogen ben zo goed dacht te kennen.

Geert Rombouts.