In deze rubriek interviewt Thieu Vlemmix meer of minder
bekende Zeelstenaren. In “De Rustverstoorder” verschijnt
een korte versie, het uitgebreide verhaal kunt u hier lezen.

Haar vader vroeger: ‘ze kapt as de sodemieter’

Bertha Waterschoot-de Lepper woont momenteel op Sele 55 en bereikte onlangs de 90-jarige leeftijd. Corona belette ons niet om een gesprek met deze montere dame te hebben.

Vanaf haar trouwen in 1957 woont ze met haar man Wim eerst op de Scherpenering 29. Een pand dat ze van de familie Adriaans huren ( d’n Bram, Cobbeek). Daar worden vier van de vijf kinderen geboren: Nicolien, Nico, Marjo en Walter. Bertie ziet later het levenslicht in Zeelst.

Als in 1962  op het aangrenzende vliegveld het geweld van de straaljagers losbarst, is het gezin namelijk vlug vertrokken en men verhuist naar het centrum van Zeelst, de Eindstraat.

Zelf wordt Bertha in 1931 geboren op de Habraken in Oerle, waar naartoe haar ouders Nico en Marie de Lepper waren verhuisd, na vier jaar in Middelbeers gewoond te hebben. Zoals in die tijd te doen gebruikelijk, moet ze al op zeer jonge leeftijd de handen flink uit de mouwen steken.  

Een opmerkelijk voorval vindt plaats als ze vier is. In 1935 ligt haar moeder gedurende de zomermaanden maandenlang in het ziekenhuis. Tijdens de schoolvakantie is iedereen van het gezin op het land aan ‘t werken; de pas vierjarige (!) Bertha moet dan oppassen op de tweejarige Cor. Zodra die op een gegeven moment slaapt, besluit ze naar de rest van het gezin op de akker te lopen. En dat vindt pa – om het maar heel voorzichtig te zeggen – niet zo geslaagd. Hij neemt geen genoegen met de uitleg van Bertha, namelijk dat het jongste kind slaapt. Achtervolgd door een boze pa wordt de terugreis aanvaard. Vlak voor thuis krijgt ze van achter nog een trap tegen haar billen en belandt midden in een plas water. Dat zal ze dus nooit meer doen. Later, op haar zesde, gaat ze in Oerle naar de lagere School bij de Zusters. Tussen de middag blijft ze er over. En ook is werken het parool. Dat betekent onder andere het schillen van een gigantische hoeveelheid aardappelen voor het hele pensionaat. Na haar schooltijd – ze is dan 14 jaar – gaat ze voor twee gezinnen in Oerle de was doen.

Is er dan helemaal geen vertier? Jawel, vanaf haar zestiende komen de Jonge Boerinnen van Oerle in het vizier. Ze beoefent er ondermeer het rijdansen.  Maar haar jongste jaren stonden dus in het teken van werken en nog eens werken. Ook elders, vanaf haar twintigste, gebeurt dat. Nu bij boer Jan Boogaerts op Heike 8. Ze er meid en knecht tegelijk. Bij het dagelijks ritueel van koeien melken, leert ze haar toekomstige man Wim kennen. Het toeval wil namelijk dat Wim Waterschoot de koeien molk in de wei ernaast. En zo is het gekomen.

Een voorval in die tijd. Oktober is in de kerk de vaste ‘Maria maand’. Elke avond gaat Bertha daar naartoe. Wim ‘om de anderste dag’. Hij moet namelijk ook nog naar de opleidingsschool in Valkenswaard. Zijn broer Harrie (de bekende schillenboer) denkt dan zijn kans schoon te zien, met het idee: ‘wat onze Wim kan, dat kan ik ook’. Hij ziet immers ook wel wat in Bertha en maakt al gauw aanstalten om haar te kussen. Een flinke tik van Bertha zet hem snel met beide benen op de grond.

Na ruim een jaar werken bij Boogaerts gaat Bertha weer naar huis. Daar wacht al weer snel het werk. O.a. in de bossen het kappen tot mutsers. Na de eerste werkdag met haar vader in de bossen tussen Oerle en Zittard, is ze ’s avonds toevallig getuige van het gesprek erover tussen moeder en vader. Moeder: ”En kendur iets mi doen?” Niet wetend dat zijn dochter het stiekem aanhoort, antwoordt pa: “Ze kapt as de sodemieter, ik kan ze nie bijhouwe”.  Bertha is daarna een half jaar thuis, alvorens ze in Oerle gaat wonen en werken op Kerkstraat 91, bij twee oudere boeren. En ook daar geldt het gezegde ‘bende meid, dan bende ôk knecht’.

Wim is zijn hele werkzame leven, in Eindhoven als kabelmonteur in dienst geweest bij gemeente Bedrijven Eindhoven (later NRE) aan de Nachtegaallaan.

In 1991 gaat hij met pensioen. Daarna wordt z’n aandacht met nog meer enthousiasme gericht op zijn grote hobby: de paardensport.  
Daarvoor gaat hij regelmatig naar hun zwager Piet de Greef, die intussen was verhuisd naar Sevenum. In 2019 overlijdt Wim.